Uw aansprakelijkheid

Bestuurdersverzekering

U bent bestuurder of beheerder van een onderneming of vzw, dan hebt u geen gemakkelijke taak.

Niet alleen maakt u vaak lange en vermoeiende dagen, de zware verantwoordelijkheden brengen bovendien steeds meer stress met zich mee.

En of dit nog niet volstaat, loopt u bovendien een risico verbonden aan uw aansprakelijkheid als bestuurder. Een risico dat, bij fouten of nalatigheid

in de uitoefening van uw functie, zelfs uw privévermogen kan bedreigen!

Factoren als de steeds striktere wetgeving op de vennootschappen en de toenemende complexiteit van het economische leven doen dit risico

onophoudelijk toenemen. En dit effect wordt nog versterkt door de internationalisering van het bedrijfsleven, de fusie van ondernemingen en andere technische evoluties.

Een verzekering voor de burgerlijke aansprakelijkheid van bestuurders of beheerders van een vennootschap is voor bedrijfsleiders dan ook onmisbaar.

Daarom stellen wij een bestuurdersverzekering voor. Een oplossing op maat van KMO's en verenigingen.

voordelen

  • Een product op maat van KMO's en vzw's. Een contract zonder verborgen uitzonderingen
  • Een dekking tegen alle financiële klachten gericht tegen uw klanten.
  • Aanzienlijke tussenkomsten in de verdedigingskosten.
  • Een eenvoudige onderschrijving en een gemakkelijk beheer. Iedereen die financiële schade geleden heeft, kan een klacht indienen tegen één of meerdere bestuurders.
  • De eiser moet wel kunnen bewijzen dat een fout van de bestuurder aan de basis ligt van de geleden schade.

vragen

De algemene vergadering geeft toch elk jaar kwijting aan zijn bestuurders?

In principe zal de algemene vergadering, in een afzonderlijke stemming, na de goedkeuring van de jaarrekening inderdaad zijn bestuurders via de zogenaamde kwijting

ontlasten van hun aansprakelijkheid tegenover de vennootschap voor het afgelopen boekjaar.

Dit stelt de bestuurder echter geenszins volledig veilig:

  • de kwijting geldt enkel voor de contractuele aansprakelijkheid tegenover de vennootschap. Ze heeft dus alleen betrekking op de bestuur(s) fouten en niet op de andere vormen van fouten.

  • Bovendien is ze slechts geldig tussen de rechtspersoon en zijn bestuurders, en dus niet tegenover derden en minderheidsaandeelhouders die niet meestemden;

  • Indien de vennootschap failliet gaat, kan de curator ter verdediging van de belangen van de schuldeisers de bestuurder toch nog aanspreken.

Kan de bestuurder zich niet contractueel vrijwaren tegenover eventuele aanspraken op het moment dat hij zijn mandaat aanvaardt?

Een dergelijke contractuele vrijwaring is inderdaad mogelijk, maar dit betekent dat de financiële gevolgen door de vennootschap gedragen moeten worden. Deze oplossing verplaatst dus enkel het probleem.

Dekt de verzekering B.A. Uitbating niet deze risico's?

De B.A. van de onderneming dekt slechts de materiële en/of lichamelijke schade in het kader van de activiteit van de onderneming.

Dit terwijl de aansprakelijkheidsverzekering van de bestuurders de financiële schade in het kader van de uitoefening van het mandaat van bestuurder dekt.

Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing

De objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing is, zoals het contract arbeidsongevallen, een wettelijk verplichte verzekering.

Bij het afsluiten van de polis is de verzekeringsmaatschappij verplicht een verzekeringsattest af te leveren dat moet worden overgemaakt aan de burgemeester.

Volgende inrichtingen dienen een dergelijke verzekering af te sluiten:

  • Dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar gedanst wordt
  • Restaurants, frituren en drankgelegenheden, wanneer de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 50 m2 bedraagt
  • Hotels en motels met ten minste 4 kamers en die ten minste 10 klanten kunnen ontvangen
  • Kleinhandelswinkels waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale oppervlakte van ten minste 1000 m2 hebben
  • Jeugdherbergen
  • Artistieke cabarets en circussen
  • Bioscopen en theaters
  • Casino's
  • Culturele centra
  • Polyvalente zalen voor ondermeer voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties
  • Sportzalen
  • Schietstands
  • Stadions
  • Handelsbeurzen en tentoonstellingszalen
  • Gesloten kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt
  • Opblaasbare structuren
  • Handelsgalerijen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 1000 m2
  • Pretparken
  • Ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen
  • Serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen voor bejaarden
  • Inrichtingen voor onderwijs en beroepsopleiding
  • Kantoorgebouwen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 500 m2 bedraagt
  • Stations, het geheel van metronetwerken en luchthavens
  • Gebouwen voor de uitoefening van erediensten, waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 1000 m2 bedraagt
  • Gebouwen van de Hoven en de Rechtbanken